|
Werkwoorden
Het Spaans kent regelmatige en onregelmatige werkwoorden. Van de
regelmatige werkwoorden zijn er verschillende typen. De werkwoorden
"zijn" en "hebben" zijn in het Spaans, net als
in de meeste talen, onregelmatig. Regelmatige Spaanse werkwoorden
zijn in 3 groepen te verdelen. Werkwoorden eindigen op -ar, -er
en -ir. Door dit einde van het werkwoord te verwijderen houd je
de stam over. Deze stam krijgt vervolgens uitgangen die afhangen
van het persoonlijk voornaamwoord waar het bij hoort.
| Werkwoorden eindigend op: |
-er |
-ar |
-ir |
| 1e persoon enkelvoud |
-o |
-o |
-o |
| 2e persoon enkelvoud |
-es |
-as |
-es |
| 3e persoon enkelvoud |
-e |
-a |
-e |
| 1e persoon meervoud |
-emos |
-amos |
-imos |
| 2e persoon meervoud |
-éis |
-áis |
-ís |
| 3e persoon meervoud |
-en |
-an |
-en |
In beginsel wordt het persoonlijk voornaamwoord weggelaten in een
zin, omdat de uitgang van het werkwoord aangeeft om welke persoon
het gaat.
|