Agenda

Culturele activiteiten

Lees verder...

Onze statistieken

Vandaag 134
Deze week 3502
Deze maand 16166
Sinds 10-2008 2558915

Leven - Vivir




 

 

 

Infinitief El infinitivo
te leven vivir
   
Tegenwoordige tijd El presente
ik leef yo vivo
jij leeft tú vives
hij / zij / het leeft él / ella vive
wij leven nosotros / nosotras vivimos
jullie leven vosotros / vosotras vivís
zij leven ellos / ellas viven
   
Verleden tijd El pretérito
Onvoltooid verleden tijd El pretérito imperfecto
ik leefde yo vivía
jij leefde tú vivías
hij / zij / het leefde él / ella vivía
wij leefden nosotros / nosotras vivíamos
jullie leefden vosotros / vosotras vivíais
zij leefden ellos / ellas vivían
   
Voltooid tegenwoordige tijd El pretérito perfecto compuesto
ik heb geleefd yo he vivido

 

 








Citaat van de dag

"Met iedere taal die uitsterft, verdwijnt een beeld van de mens.
Con cada lengua que se extingue se borra una imagen del hombre . "
- Octavio Paz -
(1914-1998)