Agenda

Culturele activiteiten

Lees verder...

Onze statistieken

Vandaag 285
Deze week 1171
Deze maand 9455
Sinds 10-2008 3540415

Leven - Vivir




 

 

 

Infinitief El infinitivo
te leven vivir
   
Tegenwoordige tijd El presente
ik leef yo vivo
jij leeft t√ļ vives
hij / zij / het leeft él / ella vive
wij leven nosotros / nosotras vivimos
jullie leven vosotros / vosotras vivís
zij leven ellos / ellas viven
   
Verleden tijd El pretérito
Onvoltooid verleden tijd El pretérito imperfecto
ik leefde yo vivía
jij leefde t√ļ vivías
hij / zij / het leefde √©l / ella vivía
wij leefden nosotros / nosotras vivíamos
jullie leefden vosotros / vosotras vivíais
zij leefden ellos / ellas vivían
   
Voltooid tegenwoordige tijd El pretérito perfecto compuesto
ik heb geleefd yo he vivido

 

 








Citaat van de dag

"Si permanecemos unidos, habremos ganado el futuro.
Als we eensgezind blijven, hebben we de toekomst al gewonnen. "
- Koning Juan Carlos I -
(1938)

Advertenties

Ook adverteren op deze pagina?

Cursus Spaans
Zelfstudie met begeleiding

NHA
- Levend Spaans voor beginners
- Levend Spaans voor gevorderden
- Gratis studiegids aanvragen

Cursus Spaans
Volledige zelfstudie

NHA
- Latijns-Amerikaans Spaans
- Gratis studiegids aanvragen