Agenda

Culturele activiteiten

Lees verder...

Onze statistieken

Vandaag 187
Deze week 1624
Deze maand 21776
Sinds 10-2008 2450515

Leven - Vivir




 

 

 

Infinitief El infinitivo
te leven vivir
   
Tegenwoordige tijd El presente
ik leef yo vivo
jij leeft tú vives
hij / zij / het leeft él / ella vive
wij leven nosotros / nosotras vivimos
jullie leven vosotros / vosotras vivís
zij leven ellos / ellas viven
   
Verleden tijd El pretérito
Onvoltooid verleden tijd El pretérito imperfecto
ik leefde yo vivía
jij leefde tú vivías
hij / zij / het leefde él / ella vivía
wij leefden nosotros / nosotras vivíamos
jullie leefden vosotros / vosotras vivíais
zij leefden ellos / ellas vivían
   
Voltooid tegenwoordige tijd El pretérito perfecto compuesto
ik heb geleefd yo he vivido

 

 








Citaat van de dag

"Dios existe. Y si no existe debería existir. Existe en cada uno de nosotros, como aspiración, como necesidad y, también como último fondo, intocable de nuestro ser.
God bestaat. En als Hij niet bestaat, dan moet Hij bestaan. Hij bestaat in ieder van ons. Als streven, als noodzaak en ook als oergrond, onlosmakelijk met ons wezen verbonden. "
- Octavio Paz -
(1914-1998)